Kasimir en Karoline is een volksstuk geschreven door de Oostenrijker Ödön von Horváth. Dit stuk speelt zich af op de Münchense kermis, beter bekend als het 'Oktoberfeest', in het begin van de jaren dertig. De tekst bestaat uit 117 korte scènes. De ondertitel van de tekst luidt: 'En de liefde houdt nooit op', een bedrieglijk zinnetje, want de liefde tussen het meisje Karoline en Kasimir houdt vrijwel meteen in scène één op. Vanaf dat moment gaan Kasimir en Karoline op de kermis ieder hun eigen weg, met nog slechts af en toe een bekvechtende ontmoeting.
Via snel geschetste samenkomsten gaan we naar de diverse uithoeken van de kermis, waarbij alcoholische versnaperingen geleidelijk aan bij ongeveer iedereen hun tol beginnen op te eisen.

Belangrijk voor mij is dat Kasimir und Karoline gaat over de het tijdelijk verzachten van leed. Ook gaat het voor mij over het spanningsveld tussen reëel en realisme (waarin reëel iets is dat werkelijk is en het realisme doet als de werkelijkheid).

Op basis van dit stuk ontwierp ik een voorstelling welke zich bovenop de parkeergarage van de Springweg in het centrum van Utrecht zal afspelen. In mijn ontwerpkeuzes staat een onderzoek naar het wezenlijke, de realiteit en de tijdelijkheid centraal.

De mens, evenals het theaterpubliek, laat zich vermaken. Dit zijn tijdelijke momenten met tijdelijke gevoelens. Als het feest voorbij is; de voorstelling voorbij is... landden we weer op aarde. Is de ballon geknapt, de Zeppelin weer overgevlogen. En wat blijft er dan nog over?
37628f78-8c30-4827-a61e-a7df287f3983.JPG
ADD1B12A-A8A6-4FC2-921D-F8452835169F.JPG

Hoe kan ik theatervormgeven met geluid?

De inspiratie van dit onderzoek is de Deense thrillerfilm Den Skyldige, geregisseerd door Gustav Möller. De film speelt zich visueel enkel af in een alarmcentrale, maar door de soundtrack ervaar je als toeschouwer de suggestie van een veel grotere wereld. Wanneer de hoofdpersoon belt, klinkt op de achtergrond het gerammel van een busje en het ruisen van de snelweg. Wat gebeurt er allemaal? Kunnen we vertrouwen op wat we horen?
Vita Coenen

Vita Coenen

06 juli 1998
  1. Artist statement; wat is je specialisme, wat maakt jouw werk uniek?

    Als scenograaf begin ik mijn ontwerpproces altijd vanuit een persoonlijke fascinatie. Vaak ontstaat deze fascinatie vanuit de uitdaging mij te ontwikkelen binnen verschillende disciplines in het theater, die zich wel of niet direct verhouden tot mijn specialisatie als scenograaf. Ik daag mezelf graag uit om de basis van een voor mij nieuwe praktische discipline te beheersen. De handvatten en de kennis die daar uit volgen gebruik ik als inspiratie en fundament voor mijn onderzoek- en ontwerpproces. Zo hoop ik scenografie tot een ander(/hoger) niveau te tillen en daarmee een verdiepende en inhoudelijke interactie aan te kunnen gaan met mede-theatermakers van andere disciplines. Deze manier van praktisch onderzoek heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een belangrijk signatuur van mijn werk en werkproces.

    Ik werk graag in collectief verband, interdisciplinair en ga al spelende op zoek naar een eindresultaat, waarin ik het onderzoek en het repetitieproces graag betrek. Ik werk met oog voor detail en focus me op alle aspecten van het geheel. Ik richt me in mijn werk op publieksplaatsing, de zintuiglijke ervaring van het publiek en interactiviteit. Ik houd van theater in intieme setting. Ook ontwerp ik installaties en ervaringsruimtes.

  2. Wat zijn je ambities? Wat wil je over vijf jaar bereikt hebben?

    Na het afronden van mijn Bachelor wil ik me graag verder ontwikkelen meerdere fronten in de theaterwereld. Binnen vijf jaar hoop ik de Master in het Drama aan het Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (KASK) te Gent, België te hebben voltooid. Ook hoop ik te mogen deelnemen aan zo veel mogelijk theaterproducties.

  3. Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd tijdens je studie?

    Ik heb geleerd dat ik veel meer kan dan dat ik denk. Dat moet 'doen' om te leren. Dat ik moet blijven spelen om te ontdekken. Dat je verwachtingen nooit werkelijkheid worden (alleen maar beter!). Dat je altijd weer kan opstaan als je op je bek bent gegaan. Ik heb leren reflecteren, op mezelf en op mijn werk. Maar, ik heb vooral geleerd om te genieten.